
Ooit, in een heel ver grijs verleden, moet het zijn ontstaan.
Dat moet een buitengewone gebeurtenis zijn geweest, ongekend en onbekend in alle windstreken.
Het nieuws zal zich ongetwijfeld als een razend vuur verspreid hebben, van mond op mond, van oor tot oor,
van deur tot deur, van dorp tot dorp, van stad tot stad, van land tot land.
In zichzelf was het nog niet eens zoiets heel erg bijzonders,
maar de gevolgen waren onvoorspelbaar en al snel ontstonden varianten en zelfs kompleet nieuwe en originele uitvoeringen,
nadat men begon te beseffen hoe het mechaniek functioneerde,
hoe de juiste onderdelen gevormd moesten worden en in welke volgorde zij geplaatst dienden te worden.
Er ontstond een geheel nieuwe cultuur, een uitbarsting van verbaal geweld,
declaraties van vorm en zinsbouw volgden elkaar al snel op en de taal werd aangepast om de nieuwe mogelijkheden
beter toe te kunnen passen.
Vaardige ambachtslieden werden aangesteld om de schone kunst te onderrichten aan hen die daar belangstelling voor hadden
en een nieuwe generatie raakte bij het opgroeien vertrouwd met het fenomeen.
Er werden gebouwen opgericht, speciaal ingericht, volledig gericht op het gericht en optimaal kunnen bereiken
van zoveel mogelijk mensen, opdat niemand het nieuwe fenomeen zou moeten gaan missen.
Wetten werden aangepast om de verspreiding te bevorderen en het transport te vereenvoudigen.
Tot ontsteltenis van sommige bestuurders werden vrijstellingen van belastingen ingesteld
om de toegankelijkheid voor Jan met de pet - het grote publiek - te verbeteren
en commerciële uitbating en het verkrijgen woekerwinsten werden ten strengste verboden.
Ondanks al deze vooruitstrevende maatregelen om dit prachtige medium voor het publiek beschikbaar te stellen
en uniform te houden, ontstonden er echter al spoedig uitwassen, deformaties, afgeleiden, varianten, wildgroei
en wat al dan niet zij.
Illegaliteit vierde hoogtij omdat er vanwege beperkingen in de doorstroming
langs toegangswegen onvoldoende materiaal kon worden aangevoerd om de belangstellende menigte tevreden te stellen.
Er gingen stemmen op om de zaak op te splitsen.
Sommigen riepen om aanpassingen.
Men wilde beeld, muze, inspiratie, diversiteit.
De geijkte uitvoeringen werden als inferieur beschouwd en men ging massaal naar de ondergrondse vertolkingen
die experimenteerden met middelen om het effect te versterken,
om de indruk te vergroten, om het publiek te behagen in zijn zucht naar meer, naar anders, naar groter, naar sterker.
Op grote schaal kwamen rapporten binnen van ernstig misbruik, malafide uitvoeringen met desastreuze gevolgen voor de betrokkenen.
Regeringen, kabinetten, stads- en dorpsraden werden te gronde gericht en onderuit gehaald.
Welgestelden verloren hun kapitaal en moesten huis en haard verkopen om hun schulden te betalen.
Velen eindigden op straat, bedelend om een aalmoes, konde doend van hun wedergevallen
opdat anderen gevrijwaard zouden blijven van hun wrede lot.
Als een plaag trok een donkere schaduw over het land via dezelfde distributiekanalen
die voorheen met zoveel moeite en inspiratie waren ingesteld om de blijde boodschap te verspreiden.
Hele landstreken raakten in het duister gehuld en waar voorheen de schoorstenen vrolijk rookten,
waar men de vuren lustig stookte en de lendenen comfortabel warm hield en genoegzaam een pijpje rookte,
heerste nu een doodse stilte en een heldere hemel.
Het was deze heldere hemel, die het uiteindelijke herstel inluidde.
Een behoedzaam herstel, eerst aarzelend, dan op kousenvoeten tredend,
vervolgens met de stoute schoenen aan en tenslotte met koper en fanfare fier door de straten marcherend,
ten bewijze van het ingewortelde besef dat zo een essentieel gegeven niet meer weg te denken zou zijn uit de hedendaagse samenleving.
Maar wat een verschil!
Ooit begonnen als voorzichtig probeersel, een twijfelend gestamel met slechts een enkele toehoorder,
nu uitgegroeid tot conglomeraten, multinationale ondernemingen met zakelijke takken verspreid over de hele aardbol
en met connecties in alle hoeken, gaten en kieren.
Een netwerk, bestaande uit zichtbaar en onzichtbaar gespannen en geweven garen, draden, kabels en spinsels,
in staat om het kleinste gerucht met onvoorstelbare snelheden te verplaatsen naar de meest onvoorstelbare uithoeken
van deze onvoorspelbare aardkloot.
U begrijpt natuurlijk direct waarover ik spreek.
U kent het fenomeen uiteraard al vanaf uw geboorte.
U maakt er dankbaar gebruik van.
Het maakt deel uit van uw dagelijks leven.
Zonder dit fenomeen heeft u geen wetenschap.
U weet toch wat ik bedoel?
Ja toch?
U hebt er net een gelezen.
Dit verhaal is weliswaar niet zo bijzonder als het allereerste, maar dat begrijpt u vast wel.
Er kan immers maar één eerste verhaal zijn!

[Het Verhaal][Duivels][Naar Boven]
Iedereen heeft wel eens een discussie gehad of gevolgd over het geloof en daarbij zal zeker de vraag voorbij gekomen zijn
of engelen bestaan; en als engelen bestaan, of er dan ook duivels zouden bestaan, net als de vraag;
als er een God is, is er dan ook een Duivel?
Het komt feitelijk neer op de grote evenwichtsvraag; er is geen plus zonder min, geen yin zonder yang, geen goed zonder kwaad.
En uiteindelijk zal ieder weldenkend mens tot de conclusie moeten komen,
dat er geen sprake kan zijn van het één zonder het ander, mits je maar in beide zaken geloofd.
En daar, mijn beste lezer, ga ik deze stelling tegenspreken.
Waarom?
Hoe dan?
Met welke argumenten?
Ik zal ze u voorleggen.
Ik zal u een verhaal vertellen, waarmee u zelf uw conclusies kunt trekken, waarmee u kunt zeggen:
inderdaad, beste schrijver, je hebt volkomen gelijk.
En ik hèb gelijk. Altijd al gehad.
Laat ik bij het begin beginnen:
Vanaf de vroegste religiën waren er reeds 'goede' en 'kwade' machten aan het spel.
Dit was een uiterst slimme constructie van de oorspronkelijke bedenkers van het geloof:
je gelooft het, of je gelooft het niet.
Ik hoef niet te vertellen wat er destijds gebeurde met degenen,
die openlijk aan de verkondigingen van de nieuwe profeten hun twijfel uitspraken,
veelal liep het bijzonder slecht met ze af. Het duurde daarom niet lang, of elke religie had zijn aanhangers,
en tegenstanders waren er niet of slechts in het diepste geheim.
Om de grote massa in het gareel te houden, verzonnen de geloofsverspreiders 'het kwaad',
de satan, de duivel, waar ze prachtige bangmakerij mee ten toon konden spreiden,
met soms ernstige gevolgen voor mensen, die om wat voor reden werden beschuldigd van het volgen van zo'n charlatan.
Het was echter altijd vrij simpel om te onthouden wie of wat,
want je had uiteindelijk (ik spreek nu voor het gemak over het christelijke geloof,
maar je kunt net zo goed een ander geloof invullen, dat maakt in feite niks uit), een 'goede' God, en een 'kwade' Tegenhanger.
Was, zei ik, want sinds een jaar of honderd, ik denk ongeveer vanaf 1905, ontstond een nieuw type duivel,
die niet gebonden was aan welk geloof dan ook.
Je kwam hem eerst slechts mondjesmaat tegen in voornamelijk het oude Europa en het nieuwe Amerika.
Met de verspreiding van de nieuwe technologieën zoals stoom,
de interne verbrandingsmotor en de industriële revolutie ging het plotseling ook snel met de verspreiding van dit nieuwe soort duivel.
Waren het eerst excentrieke enkelingen, meestal behorend tot de nouveau riche of de gevestigde adel,
naarmate de techniek en de welvaart vorderden, nam hun aantal gestaag en zelfs op momenten explosief toe
en zij verspreidden zich langzaam maar zeker over de gehele aardbol.
Ondanks het feit, dat zij in aantal toenamen, sprak niemand erover en nam niemand enige aanstoot van hun aanwezigheid.
Sterker nog: zij bewogen zich onder alle lagen van de bevolking, van hoog tot laag,
landbouwers, stedelingen, politici, geestelijken, koningshuizen, overal kwam men ze tegen en niemand,
werkelijk niemand, sprak er één onvertogen woord over.
Niets!
Helemaal niets!
Hoe kwam dat?
We weten dat het katholicisme afwijkende gedragingen bijzonder fanatiek vervolgde in de middeleeuwen,
maar aan deze nog immer uitdijende golf deden zij niets. (Nu ja, in de middeleeuwen bestonden deze duivels nog niet.)
Sterker nog: Zelfs toegewijde huisvaders, kardinalen en bisschoppen behoorden tot deze nieuwe groep duivels.
Door de week of tijdens kantooruren zijn ze allen toonbeelden van voorbeeldigheid,
maar zodra ze onderweg zijn of als ze in het weekend op pad gaan,
veranderen ze in de meest afgrijselijke demonen, die tierend en krijsend over de weg razen op hun gemotoriseerde voertuigen.
Natuurlijk, er zijn heus wel stemmen opgegaan van gegoede burgers die protesteerden tegen deze duivels,
vooral als ze zich rondbewogen in verenigingsverband.
Dat was namelijk de enige vorm waarin ze zichtbaar werden en waarin ze opvielen.
Men heeft verwoede pogingen gedaan sommige van deze verenigingen te verbieden,
maar de wetten hadden niet voorzien in deze nieuwe vorm duivels en men kon geen gronden vinden om ze te verbieden in clubverband samen te scholen.
Men heeft slechts een klein aantal kunnen veroordelen op criminele acties,
maar die waren slechts door indivuduele personen uitgevoerd en konden niet gebruikt worden om een hele groep te veroordelen.
Dus de duivels konden zich ongestoord voortbewegen en hun aantal stijgt nog steeds,
zonder dat er een tegenwicht in de vorm van enige goedheid tegenover staat.
Ze bestaan, het zijn mensen, net als u en ik en ze maken de wegen onveilig, vooral als ze zich in groepen voortbewegen.
U bent ze vast wel eens tegengekomen, u heeft ze vast wel eens vervloekt,
u heeft op uw rem moeten staan voor ze en u bent van de weg gereden door ze.
U begrijpt nu over welke duivels ik het hebt en ik hoef u niet meer uit te leggen wie ze zijn.
Misschien hebt u zelf wel eens met ze meegedaan, wie weet?
Maar het is nog niet te laat, u hoeft zich geen zorgen te maken, u kunt zich nog bekeren.
Houdt u aan de regels, geef netjes richting aan, hinder anderen niet onnodig en houdt altijd ruim voldoende afstand,
vooral bij glad en regenachtig weer.
Indien u zich aan deze regels houdt, kunt u zich nog beteren.
Dan is er nog hoop.
Dan maakt u nog kans om geen deel uit te maken van het legioen van de asfaltduivels.

[Het Verhaal][Duivels][Naar Boven]